Webcolumn

Cocadorus; Keizer der Standwerkers

16 november 2007 | Emile Vijlbrief

 

De maandagochtendmarkt op het Amstelveld was voor de oorlog een van de bekendste Amsterdamse markten. Textiel, sigaren, vis, boeken, jonge hondjes, kippen, ‘scheermessies’ en ‘horrelozies’ werden door bekende standwerkers zoals Hadjememaar en ‘Professor’ Cocadorus (1867-1934) met de meest fantastische kletspraat aan de man gebracht.

 

Nadat zijn assistent, Cheffie Nathan van den Berg, het naambordje van Cocadorus -de ‘standwerk-professor-van-de-open-lucht-universiteit’- aan een lindeboom had gehangen en voor hem de handel had uitgestald, werd er op de gong geslagen en kon de verkoop van ‘kleeden en ongeregeld’  beginnen.

 

Cocadorus (de Co van zijn grootvader, Ca van zijn grootmoeder en Dorus van zijn vader), die in werkelijkheid Meier Linnewiel heette, praatte vervolgens op onnavolgbare wijze zijn waren aan. Hij was doordrenkt van Joodse wijsheid en (on)gein en had een stortvloed aan praatjes paraat. Zo hield hij zijn toehoorders voor dat hij zelfs Koninklijk Hofleverancier was, waarbij hij de onderscheidingen op zijn jasje als bewijsmateriaal liet zien. Hij verkocht zijn waar bij Hare Majesteit Wilhelmina en ging dan gelijk altijd even op de borrel bij Hendrik......Ook was er een boulevard in Parijs, Boulevard Cocadoire, naar hem vernoemd en was hij een persoonlijke vriend van Theodore Roosevelt van de ‘joe naait her steeds of America’ . En niet te vergeten was de Tsaar van Rusland een groot liefhebber van zijn ambachtelijk gemaakte kleden..... De mensen hingen werkelijk aan zijn lippen en kochten ondertussen gretig zijn handelswaar.

 

Het beroep van standwerker, marskramer of venter is sinds het midden van de 20e eeuw, met name door de opkomst van de winkel, grotendeels uit het straatbeeld verdwenen. Op de markt kom je ze af en toe nog wel tegen. Van die mannen die met de nodige humor en gevatheid de nieuwste afwasborstel, wonderzeem, anti-aanbakpan of onbreekbaar aardappelschilmesje aanprijzen. En eerlijk is eerlijk, ik kan er zelf ook geen weerstand aan bieden. Ik blijf ook altijd even staan om te horen hoe ze het doen en vooral om te zien wie het vervolgens koopt. En ja, ik kom geregeld met iets fantastisch thuis om het vervolgens langdurig in de keukenla te laten liggen. Blijkbaar oefent het standwerken nog steeds dezelfde aantrekkingskracht uit op mensen als honderd jaar geleden.

 

Hoe anders is dat soms op beurzen waar ik kom. De moderne ‘standwerker’ presenteert zichzelf en zijn bedrijf helaas nog vaak op een passieve manier. Vanuit een fraai ingerichte stand wordt geduldig gewacht op de bezoekers die komen. Cocadorus zou het vol ongeloof en ongeduld hebben aangekeken. Hij zou zich hebben afgevraagd waarom er geen contact wordt gemaakt met de klanten die de hele dag langs zijn uitstalling lopen.

 

Het deelnemen aan deze beurs kost u veel tijd, geld en inspanning. Zorg er dus voor dat dit de moeite waard is. Prikkel uw klanten met een verrassende uitnodiging om te komen, volg dit op, maak afspraken en beloon ze wanneer ze ook daadwerkelijk de tijd en moeite nemen om u te ontmoeten. Maak lawaai, val op, trek mensen aan. Maak het oprecht interessant om u te bezoeken, laat zien dat u weet waar men voor komt, geef écht nieuws en zorg voor een open, ongedwongen en laagdrempelige sfeer op uw stand.

 

Maar vooral, doe als Brammetje Polak, Jaapie Rabbie, Lou de Haringman, Jantje Plank, Loetje Lap of Cocadorus. Veel succes.

 

Reageren?

Stuur uw reactie naar:

 

Cocadorus